P E T E R  H A R S K A M P  - SCHILDER - BEELDHOUWER

























De kunst van het weglaten
 
Kunstenaar Peter Harskamp laat al schilderend zijn werk ontstaan, zonder een vooropgezet plan of idee. “Afrikaanse kunst spreekt me enorm aan. De vormen en beelden in de Afrikaanse kunst geven puur de essentie weer. Dat kan je als schilder ook doen. Het is de kunst van het weglaten. Wat overblijft moet overtuigen. Dat is zo’n fascinerende opdracht voor jezelf, daar kun je je hele leven mee bezig zijn.”
 
Is er een gebeurtenis geweest die veel invloed heeft gehad op uw manier van schilderen?

“Toen ik net van de Academie kwam, wist ik nog niet waar ik met mijn kunst heen wilde. In feite is alles al een keer gedaan, dus wat kon ik nog toevoegen? Op een dag zat ik bij de sociëteit van de Haagse Kunstkring. Achter mij was er een gesprek gaande tussen twee schilders. Eén van die schilders zei: ‘Weet je wat het aller moeilijkste is om te schilderen? Een schilderij van een mens die op een stoel zit, niks doet, alleen kijkt, maar je wel aangrijpt.’ Het was alsof de bliksem bij me insloeg. Ik dacht toen: ja, dát wil ik. Toen had ik het te pakken. Ik wil, heel puur en heel simpel, overtuigende wezens schilderen die je op een bepaalde manier raken. Die emotioneren. Zonder foefjes en zonder trucs.”
 
Wat is daarnaast nog meer karakteristiek aan uw werk?

Mijn techniek van schilderen. Ik werk niet met penselen, maar met paletmessen. Dat zorgt voor een heel eigen atmosfeer. Ik wrijf de verf in op het doek en meng de verf op het doek, laag voor laag. Door de paletmessen ontstaan er scherpe lijnen. Verder werk ik gedachteloos. Ik denk van tevoren niet over een onderwerp na, het borrelt op uit mijzelf. Al schilderend ontstaat een doek en daarom zijn alle doeken uiteindelijk ook een verassing. De thema’s wisselen niet. Blijkbaar is dit hetgeen dat ik fijn vind om te schilderen: mensen en dieren, soms met voorwerpen of instrumenten. Ik kan duizend vrouwen met een kat schilderen, maar de doeken worden toch allemaal eigen, altijd op zichzelf staand.”
 
Hoe komt een schilderij tot stand?

Het doek krijgt altijd een ondertoon. Daar teken ik met houtskool lijnen op. Op een gegeven moment zie je een zeker evenwicht ontstaan. Als de compositie goed staat, dan weet je dat de figuur die binnen de compositielijnen komt, goed in het doek zal staan. Als de compositie tijdens het schilderen uit evenwicht raakt, dan kun je dat herstellen door er iets bij te schilderen, zoals een appel of een dier.”
 
U maakt niet eerst een schets?

“Toen ik net begon te werken als schilder deed ik dat wel. Dan had ik een mooie schets gemaakt, maar die krijg je dan niet net zo goed op het doek. Het heeft dan niet meer de spontaniteit van de oorspronkelijke schets, het wordt verkrampt. Daarom maak ik nu nooit meer schetsen. Ik ga gewoon aan het werk. Dan komt het vanzelf. Je raakt geïnspireerd, komt in een flow en voor je het weet heb je een schilderij voor je neus staan.”
 
Naast exposities in verschillende Europese landen, exposeert u ook in Taiwan op de kunstbeurs Art Revolution Taipei. Hoe is dat zo gekomen?

“Zes jaar geleden kreeg ik een e-mail uit Taiwan met in het Engels een uitnodiging om aan één van de grootste kunstbeurzen in Azië mee te doen. Ik zei toen eerst: ‘Dat ga ik niet doen’. Toch ben ik informatie over die beurs op gaan zoeken en heb ik een briefje geschreven hoe ze mijn deelname voor zich zagen. Want hoe kreeg ik mij werk daar bijvoorbeeld? Vanaf dat moment is het eigenlijk één groot succesverhaal. In 2016 zijn we zelf voor het eerst die kant opgegaan. Toen ik aankwam, begon iedereen in de zaal te juichen en te klappen. Ze waren dolgelukkig dat ik er eindelijk was. Erg leuk en ook apart om mee te maken. Ik werd onthaald als een popster.”
 
Naast schilderijen maakt u ook beelden. Hoe verhoudt zich dat tot elkaar?

“Als ik lang achterelkaar schilder, is er het gevaar dat het te makkelijk gaat, dat het een routine wordt. Dat kun je beter niet hebben, want dan wordt je werk vlak en ga je te handig schilderen. Het moet wel een soort strijd blijven. Na een tijd van schilderen, maak ik daarna een periode driedimensionaal werk. Meestal duurt zo’n periode dat ik niet schilder drie maanden. Daarna moet ik het schilderen als het ware weer opnieuw uitvinden. Wanneer ik beeldhouw krijg ik zin om te schilderen, maar andersom ook. Het houdt me scherp.”
 
Tekst: DURAN Tekst, februari 2017